> Ons werk > Thema's > Ziektebestrijding > Leishmaniasis

Leishmaniasis

Overgedragen door de beet van de geïnfecteerde vrouwelijke zandvlieg, is Leishmaniasis een wereldwijd verspreide groep van parasitaire ziekten. De zandvlieg als vector wordt gewoonlijk geïnfecteerd door de flagellate protozoa die behoort tot het genre Leishmania.

Er bestaan wel 30 soorten van de zandvlieg die geïnfecteerd kunnen raken na het opnemen van bloed van een gastheer. Gastheren zijn geïnfecteerde mensen, huisdieren en dieren in het wild. De meeste mensen raken alleen geïnfecteerd wanneer ze accidenteel blootgesteld worden aan de natuurlijke overdrachtcyclus; in antropologische vorm (de overdacht van mens tot mens door middel van de zandvlieg als vector) treden alleen mensen als gastheer op.

Viscerale Leishmaniasis, ook bekend als Kala Azar, is de ergste van de vier voorkomende vormen (zie Cutane Leishmaniasis) die zonder behandeling, in bijna 100% van de gevallen tot de dood leidt. Symptomen zijn onregelmatige koortsaanvallen, aanzienlijk gewichtsverlies, zwelling van de milt en lever en bloedarmoede.

90% van alle gevallen van Kala Azar komt in Bangladesh, Brazilië, India, Soedan en Somalië voor. Leishmaniasis hangt samen met veranderingen in het milieu zoals ontbossing, het bouwen van dammen, nieuwe irrigatiesystemen, urbanisatie en de migratie van niet-immune mensen naar endemische gebieden. Maar Leishmaniasis wordt ook over de wereld verspreid als gevolg van epidemiologische veranderingen; aids en Viscerale Leishmaniasis komen steeds vaker samen voor. Zo´n 30 landen hebben melding gemaakt van co-infecties.

Co-infecties

Deze co-infecties komen steeds vaker voor. Tussen de 25% en 75% van de volwassenen die besmet zijn met Kala Azar heeft ook HIV en 1,5% tot 9% van de aids-patiënten lijdt aan deze vorm van Leishmaniasis. Intraveneuze drugsgebruikers vormen de grootste risicogroep. In antwoord op deze situatie, hebben het WHO en UNAIDS een surveillance systeem opgezet dat uit 28 over de wereld verspreide organisaties bestaat. Alle leden van dit netwerk werken met dezelfde richtlijnen, onderschreven door de WHO, met betrekking tot diagnose en het in kaart brengen van de gevallen.

Behandeling

Leishmaniasis/HIV co-infecties zijn moeilijk te diagnosticeren en te behandelen. De normale klinische symptomen zijn niet altijd aanwezig. De diagnose wordt ook bemoeilijkt door verwante ziekten. Hoewel de infectie vaak op veel plekken gelokaliseerd zou kunnen worden (bloed, huid, verteringskanalen, longen en het centraal zenuwstelsel) kan de paracytologische diagnose moeilijk zijn en moet deze vaak meerdere malen herhaald worden om de behandeling vast te stellen. Opzuigen van het beenmerg blijft de veiligste en beste techniek maar ook opzuigen van milt en lever biopsie komen voor. Voorts is onderzoek mogelijk door het nemen van bloedmonsters.

Doel van de behandeling is klinisch en paracytologisch herstel en preventie van terugval. Pentavalent Antimonials, hetzelfde medicijn dat in bij Cutane Leishmaniasis wordt gebruikt, blijkt in 83% van de gevallen een positief effect te hebben, 52% echter laat een terugval zien tussen een maand en drie jaar. Alternatieve medicijnen zijn Pentamidine, Amphotericin B en Amphotericin B ingekapseld in liposomen. Deze inkapseling reduceert de bijwerkingen, maar terugval komt nog steeds voor en het medicijn blijft extreem duur.

HealthNet TPO Tolstraat 127 1074 VJ Amsterdam Tel: +31 (0)20 620 00 05 Fax: +31 (0)20 420 15 03 Email: office@healthnettpo.org
Kies taal:
English English